Filter op
Terug naar overzicht

BLOG: De spelregels van financiering #1

Voor een omslag naar duurzame landbouw is geld nodig – maar de spelregels van financiering maken het niet eenvoudig. Susan Drion onderzoekt de rol van geld als veranderaar in de landbouw. Hoe werkt ons economische systeem nu, en wat kan en moet er anders?

In mijn vorige blog schreef ik over geld, de toekomst van de landbouw en waarom ik dit onderzoek. Voor velen blijft de wereld van de financiering een mysterie. Banken en andere investeerders vertellen met trots hoe zij bijdragen aan een betere samenleving. Maar als ze dat doen, waarom ziet de toekomst van de landbouw er dan niet rooskleuriger uit? In mijn onderzoek kijk ik naar wat voor deals er nu echt gesloten worden. Wat zijn de spelregels van financiering? En hoe verhoudt de landbouw zich tot de spelregels?

Denken als een investeerder
Tijdens mijn economielessen begreep ik dat ik in het hoofd van de econoom moest kruipen om de economie echt te begrijpen. Laat ik dat ook eens met een investeerder proberen. Een gangbare investeerder is op zoek naar financieel rendement, uitgedrukt in marktwaarde en euro’s, zodat hij of zij aandeelhouders tevreden kan stellen en de continuïteit van het investerende bedrijf kan waarborgen. Twee regels zijn leidend in de keuzes die een investeerder maakt.

Investeringsregel 1: Rente en risico
Hoe hoger de risico van de investering, hoe hoger de rente die de boer betaalt. Rente is eigenlijk gewoon de prijs van geld. Het ontvangende bedrijf betaalt een percentage van de lening om de investeerder te compenseren voor het niet kunnen uitgeven van dat geld. Dit percentage noem je rente.

De investeerder houdt rekening met het liquiditeitsrisico en het debiteurenrisico. Het liquiditeitsrisico geeft aan hoe gemakkelijk de gedane investeringen door het ontvangende bedrijf weer omgezet kunnen worden in geld. Zo heeft de investeerder zekerheid dat het geleende geld weer snel beschikbaar is. Het debiteurenrisico vertelt de investeerder hoe groot de kans is dat het bedrijf de lening niet kan terugbetalen. Het bedrijf moet een stabiele cash flow hebben. Hoe lager de vaste kosten, hoe gemakkelijker een verminderde afzet kan worden opgevangen. Daarnaast hebben bedrijven vaak bestaande schulden, die het afbetalen van de nieuwe lening moelijker kunnen maken. Hoe lager de bestaande schuld, hoe lager het debiteurenrisico daarom wordt ingeschat. Een voorbeeldje: als de denkbeeldige melkveehouder Henk bij investeerder Lisa aanklopt voor een lening om een nieuwe stal te bouwen, zal Lisa op de risico’s van de lening letten. Kan Henk snel de stal verkopen als het nodig is (liquiditeitsrisico)? Heeft Henk al veel schulden, stabiele afzetkanalen voor zijn melk, gezonde koeien en lage vaste kosten (debiteurenrisico)?

Investeringsregel 2: Het financieel plan
De tweede regel die de investeerder gebruikt om te beslissen, heeft te maken met een goed financieel plan. Het bedrijf dat een lening aanvraagt, moet in staat zijn om het bedrag plus de rente op tijd terug te betalen. Dit heet aflossen. Hier komt het idee van ‘marge’ in beeld: de marge is het verschil tussen de verkoopprijs en de kostprijs van de boer. De marge moet groot genoeg zijn om de lening af te lossen, herinvesteringen te bekostigen en privé-uitgaven te dekken. Het vermogen om het totaal van deze lasten te dekken, heet de reserveringscapaciteit en deze moet altijd voldoende zijn. Een bedrijf kan dit realiseren door de kostprijs te verlagen of de verkoopprijs te verhogen. Investeerder Lisa zal nu ook kijken naar Henk’s financieel plan. Wat kost het om een liter melk te produceren (kostprijs) en wat krijgt Henk wanneer hij de liter melk verkoopt (verkoopprijs)? Welke investeringen wil Henk in de toekomst doen? Houdt Henk zijn privé-uitgaven binnen de perken?

Waarom de landbouw altijd met 2-0 achterstaat
De landbouw kan het financieringsspel per definitie minder goed meespelen omdat de spelregels niet bij de landbouw passen. Eigenlijk begint de landbouw altijd met 2-0 achterstand.

1-0 achterstand:
Het boerenbedrijf heeft te maken om een hoog liquiditeitsrisico en een hoog debiteurenrisico. De investeringen die boeren moeten doen zijn vaak niet flexibel en ook moeilijk te verkopen, zoals een nieuwe stal. De inkomens van boeren in Nederland zijn steeds onstabieler geworden en de bestaande schulden zijn hoog vanwege hoge grondprijzen.

2-0 achterstand:
Het boerenbedrijf kan minder makkelijk een goed financieel plan aanleveren. De verkoopprijs voor boeren is blijven dalen en de kostprijs is blijven stijgen in de afgelopen decennia. Intensivering heeft de boer tot nu toe in staat gesteld de kostprijs lager te maken. Maar de rek lijkt er bijna uit. De gemiddelde boer in Nederland draait nu al verlies op jaarbasis.

Waarom de spelregels van financiering verduurzaming in de weg staan
Het staat dus 2-0 achterstand voor de gangbare boer. Voor de boer die wil verduurzamen is het nog uitdagender. Duurzame landbouw gaat namelijk juist om andere waarden dan geld, zoals natuurlijk en sociaal kapitaal. Natuurlijk kapitaal bestaat uit ecosysteemdiensten zoals biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid die ervoor zorgen dat we eten kunnen verbouwen op het land. Sociaal kapitaal is de verbindende factor die voedsel en landbouw speelt tussen mensen, bijvoorbeeld door zorg te bieden op de boerderij. Natuurlijk en sociaal kapitaal zijn vaak niet gekwantificeerd en in geld uitgedrukt en passen daarom minder goed in een financieel plan.

Daarnaast is het hele idee van natuurlijk en sociaal kapitaal voor veel gevestigde investeerders onbekend en wordt daardoor als risicovol ervaren. Als ze boeren die willen verduurzamen al serieus nemen, rekenen investeerders vaak een hogere rente om de risico’s van het onbekende te dekken.

Terug naar Henk. Nu wil Henk investeren in het verbouwen van zijn eigen granen en daarmee zijn CO2voetprint verlagen. Hij hoeft dan namelijk geen soja uit Zuid Amerika meer te importeren. Hiervoor heeft hij wel meer grond nodig en hij vraagt Lisa om een lening. Maar Henk heeft geen certificaat van CO2 credits dat laat zien hoeveel CO2 hij bespaart en kan daarom niet de waardevermeerdering van de melk laten zien. Ook gaat de melkproductie van Henks boerderij niet omhoog en dus ziet Lisa de meerwaarde niet. Henks poging om te verduurzaming strandt bij financiering.

Investeerders en boeren die willen verduurzamen lijken dus verschillende talen te spreken. Feit blijft wel dat de taal van investeerders leidend is. Zonder meer begrip vanuit de gevestigde investeerders zullen hun spelregels van financiering de verduurzaming van de landbouw in de weg blijven staan. Is het dan hopeloos? Zeker niet: er zijn namelijk steeds meer investeerders die met deze spelregels, die het boeren moeilijk maken om te verduurzamen, breken. In mijn volgende blog vertel ik hoe deze spelbrekers te werk gaan.

Susan Drion schrijft deze blogserie in het kader van haar master scriptie. Ze studeert Biologische Landbouw – Duurzame Voedselsystemen aan de Universiteit van Wageningen. Daarnaast is Susan voorzitter van het Slow Food Youth Network, waar ze zich dagelijks inzet om de jongerenbeweging voor good, clean en fair food toekomst proof te maken. Ook staat ze op de lijst van de Food100 2017. Op haar website www.waardenscheppers.com vertelt ze de verhalen van boeren en financierders die andere waarden scheppen in de landbouw door nieuwe financieringsvormen te gebruiken.

Fotocredits: Ruben de Ruijter