Filter op
Terug naar overzicht

BLOG: Waar moet ons voedsel in de toekomst worden geproduceerd: in voedselflats of in de volle grond?

Aanstaande dinsdag 24 april is het tijd voor de derde debatavond in de reeks It’s the Food, my Friend! Het debat staat in het teken van het thema: “technologische revolutie in de voedselketen”. Technologie speelt een steeds grotere rol in ons leven en biedt geweldige mogelijkheden. Maar er zijn ook zorgen over de concentratie van macht, afhankelijkheid en privacy. Hoe gaat technologie ingrijpen in de landbouw, de voedselketen en ons koopgedrag? Vandaag stellen we Jennifer en Ruben de vraag: Waar moet ons voedsel in de toekomst worden geproduceerd; in voedselflats of in de volle grond?

Dat de groeiende wereldbevolking en haar veranderende eetgewoontes (lees: meer en hoogwaardiger vlees) op de voedselketen drukt is bekend. Maar ook urbanisatie vraagt zijn tol: in 2050 woont naar alle verwachting 70% van alle mensen in of rondom grote steden. Wat gaan deze mensen dan gaan eten? De honger van de stad drukt steeds zwaarder op vraagstukken zoals logistiek en de footprint van ons voedsel. Hoe gaan we dat allemaal regelen?

Een typische oplossing vanuit de stedenbouwkundige hoek is het mixen van de twee werelden. Enerzijds gaan we voedsel verstedelijken (gestapelde flats), anderzijds gaan we de stad “vervoedselen” (urban farming). De grote vraag is met welke drijfveer je aan de slag gaat. Wil je betrokkenheid stimuleren? Wil je stadsbewoners opvoeden? Of wil je de stad efficiënt voorzien van eten? De eerste twee zijn belangrijk maar de laatste is cruciaal.

De enige ontwikkeling die de bevolkingsgroei kan bijbenen is de technologische vooruitgang, dus daar ontkomen we niet aan. Dat wil niet zeggen dat we niet mét de natuur kunnen werken, maar wel vanuit een slim en niet uit een emotioneel oogpunt.

Hoe kunnen we door middel van technologie slimmer met onze ecosystemen omgaan, zodat iedereen profiteert? In plaats van de schijntegenstelling biologisch – hoogtechnologisch aan te wakkeren, hebben we beide werelden keihard nodig om iedereen te voorzien van voldoende en gezond eten. Daarvoor is het cruciaal het sentimentele punt (GMO slecht, kleine boer goed) achter ons te laten en vanuit een strikt People/Planet/Profit-perspectief álle technieken te wegen en te incorporeren. Alleen dan vinden we de weg naar een toekomstbestendige voedselvoorziening voor onze toekomstige megasteden.

ruben-lentzRuben Lentz (29) is stedenbouwkundige en werkt bij het bureau BLOC aan meerdere radicale concepten voor toekomstbestendige steden. Daarbij werkt hij een meerdere crossover-projecten met de (glas)tuinbouw, zoals de Floriade, EdenLiving en CO2 Smart Grid. Ruben was deelnemer aan de SFYN Academie van 2017
.

.

Deze vraag is vanaf zoveel kanten te benaderen, dat ik er geen eenduidig antwoord op kan geven. Rationeel gezien denk ik aan de wereldbevolking die gevoed moeten worden, en die veelal in grote steden woont. Wil je dat op een duurzame manier doen, dan kom je al snel bij initiatieven uit zoals voedselflats. Mijn gevoel zegt echter dat we planten en dieren juist hun gang moeten laten gaan in de natuur en ze vooral niet op moeten stapelen in flats.

Technologie is diep verweven in onze voedselproductie en heeft ook een enorme vooruitgang teweeg gebracht, daarom ben ik zeker niet tegen technologie. Een groot deel van mijn werk als veearts, is tegenwoordig “koe-data” analyseren. We kunnen alle informatie over elke koe op het bedrijf inzien, en handelen voordat er iets mis gaat. Dit preventieve werken in plaats van curatief maakt dat we het dierenwelzijn én de productie per koe kunnen optimaliseren. Slimme landbouw lijkt de toekomst.

Mijn zorg is alleen dat deze technologie alleen maar wordt ingezet met als einddoel om de productie te vergroten. Dat staat voor mij ver af van de manier waarop we voedsel zouden moeten produceren. We moeten scherp blijven letten op hoe we met onze gewassen en dieren omgaan.

Voedselflats lijken een efficiënte oplossing voor een hoge productie, lage kostprijzen en een duurzamere landbouw. Uit onderzoek blijkt zelf dat veel gewassen die nu nog in de volle grond groeien, die grond niet nodig hebben maar het beter doen op water of substraat. Minder milieubelasting, minder vierkante meters per product en een hoge arbeidsefficiëntie. Het lijkt een win-win situatie. Ook dierenflats kunnen ingericht worden naar behoefte van het dier. Komen er varkens in, dan maken we toch een leuke wroetplek en hangen we speeltjes in kunstbomen.

Wanneer we planten en dieren laten groeien in of op de volle grond, hebben we te maken met allerlei natuurlijke omstandigheden waar we voorzichtig mee om moeten gaan. Het vergt een bewuste omgang met meststoffen en bestrijdingsmiddelen om de bodem gezond te houden.

Die bewuste omgang is nu juist waarom ik pleit voor volle grond-productie. Het wordt tijd dat we die bewuste omgang met grond, plant en dier weer prioriteit geven boven nog meer economisch gewin. Afgezien van de rendabiliteit moeten we niet ambiëren om het voedselvraagstuk op te lossen met voedselflats. Schaalvergroting is nu al een fors probleem voor mens en milieu, laten we dat niet nog verder opschroeven. Laten we ons focussen op een andere houding van de consument. We hebben prachtige boerenbedrijven in Nederland, deze kunnen we met technologie nog verder verduurzamen en tegelijkertijd optimaliseren. Laten we met onze consumptie zorgen dat onze voedselproducenten de ruimte krijgen om de ruimte te geven aan planten en dieren.

Parramore, Jennifer_SFYNA18Jennifer Paramore (28) is veearts en maakt onderdeel uit van de SFYN Academie 2018

 

 

 .
Meer weten over de technologische revolutie in de landbouw? Kom dan dinsdag 24 april naar ‘It’s the Food, my Friend!’ Je ticket reserveer je hier.

 

// tekst: Jennifer Paramore & Ruben Lentz
// beeld: Farzaan Kassam