Filter op
Terug naar overzicht

De schaduwzijde van duurzaamheid

Met een katoenen boodschappentas doe ik boodschappen bij de biowinkel. Ik eet steeds minder vlees, heb geen auto en slaafvrije chocolade is mijn ultieme excuus om zonder schuldgevoel te snoepen. Goed bezig? Ja en nee.

De-schaduwzijde-van-duurzaamheid-sylvie-tittel

Mijn lokale natuurwinkel lijkt nog het meest op een luxe snoepwinkel en het kost aardig wat tijd en geld om te reizen met de trein, plantaardig te koken en mijn afval te scheiden. Ik heb het er graag voor over, het is immers hard nodig voor mens, dier en planeet.

De sterk groeiende wereldbevolking en de nadruk op economische groei en goedkope productie hebben grote gevolgen: een obesitas-epidemie, achteruitgang van de biodiversiteit, verminderd dierenwelzijn, klimaatopwarming en industrialisering van de landbouw.

Toch zijn de groene keuzes die ik dagelijks maak niet zo vanzelfsprekend voor iedereen. Als je minder te besteden hebt, weinig mogelijkheden in de buurt hebt om gezonde voeding te kopen, geen tijd hebt of geen toegang tot kennis over gezondheid en duurzaamheid hebt, wordt het gelijk een stuk lastiger. 

Ik vraag me daarom af of mijn inzet wel zo mooi is als het lijkt. Hoe toegankelijk is duurzaam en gezond leven eigenlijk? Duurzaamheid gaat ons allemaal aan, maar toch lijkt het vooral een aangelegenheid voor rijkere mensen te zijn.

Groene privileges 
Volgens dr. Shivant Jhagroe, post-doc onderzoeker aan de TU Eindhoven, gaat dit zelfs nog een stap verder. Ik interviewde Jhagroe over de onbedoelde gevolgen die duurzaamheid heeft. Zijn standpunt is dat de gebruikelijke definities en invullingen van ‘duurzaamheid’ er vaak (onbewust) voor zorgen dat de positieve resultaten van verduurzaming alleen voor een elite beschikbaar is. In andere woorden: duurzaam leven is een privilege. Het is niet alleen betaalbaar voor een kleine groep, het bevoordeelt ook vooral deze groep.

Dit concludeerde Jhagroe met zijn onderzoek naar duurzaamheidsinitiatieven in Den Haag en Rotterdam. Veel van deze projecten zijn niet toegankelijk voor iedereen, vanwege ingewikkeld taalgebruik bij subsidieaanvragen en de verdeling van initiatieven over wijken in de stad. 

Neem bijvoorbeeld de plaatsing van laadpalen voor elektrische auto’s in de stad. Deze staan voornamelijk in rijkere stadsdelen. Dit is bewust gedaan, omdat elektrische auto’s vooral daar worden gebruikt. Het idee is dat het aanschaffen van een elektrische auto een persoonlijke (consumenten)keuze is. Het gevolg: een duidelijk verschil in wie gedacht wordt laadpalen, en dus elektrische auto’s, te gebruiken. Mensen die in andere wijken wonen en toch een elektrische auto zouden willen, kunnen die niet eens in de buurt van hun huis opladen. 

Bovendien zit hier nog een onzichtbaar probleem aan vast, want in elektrische auto’s en laadpalen zit namelijk kobalt verwerkt. Dit is een zogenaamde conflictgrondstof wat gewonnen wordt in regio’s in Congo waar veel kinderarbeid en wapenhandel voorkomt. Grote groepen mensen in binnen- en buitenland worden dus benadeeld door onze groene bedoeling om elektrisch rijden te stimuleren.

De-schaduwzijde-van-duurzaamheid-jon-tyson

Duurzaamheid als individuele zaak
Hoe heeft dit zover kunnen komen? Sinds de jaren tachtig worden steeds meer zaken geprivatiseerd vanwege het groeiende geloof in eigen verantwoordelijkheid. Dit wordt ook wel het neoliberalisme genoemd. Denk aan de spoorwegen, zorgverzekeringen en de krimpende studiebeurzen.

Dit geldt ook voor duurzaamheid. Het klimaatprobleem komt steeds meer onder de aandacht, maar dit wordt door de overheid en het bedrijfsleven vooral gezien als individuele aangelegenheid. Als je wilt verduurzamen, dan moet je het zelf maar doen.

Duurzaamheid is hierdoor overgenomen door het marktmechanisme van vraag en aanbod. De markt is niet moreel of egalitair, het kijkt niet naar gelijkwaardigheid of wat het beste voor iedereen zou zijn. Er ontstaat juist een kloof tussen ‘grijze’ en ‘groene’ producten. Groene producten zijn vaak duurder, het is een luxe markt voor een kleine doelgroep. Kijk maar naar het verschil in prijs tussen biologische en ‘gewone’ groenten in de supermarkt.

— “Niet iedereen kan profiteren van de duurzame en gezonde oplossingen, het is een luxe markt naast het gewone aanbod.” 

Bovendien blijft het bij dingen consumeren. Daarom noemt Jhagroe deze vorm van duurzaamheid ook wel ‘neoliberale duurzaamheid’. Als bewuste consument hoef je je comfortabele leventje niet op te geven om toch goed bezig te zijn. Je kunt autorijden zonder schuldgevoel, ook al weet je niet precies waar die auto vandaan komt. 

In andere woorden: het is selectieve solidariteit wat het onderliggende probleem niet oplost. Niet iedereen kan profiteren van de duurzame en gezonde oplossingen, het is een luxe markt naast het gewone aanbod. 

Kloof tussen beleid en mens
Vanuit instituties en de overheid zijn er allerlei initiatieven om duurzaamheid en gezondheid te stimuleren, maar deze zijn vooral gericht op de rationele mens die weloverwogen keuzes maakt. Het probleem is dat deze ‘rationele mens’ niet bestaat.

Het Voedingscentrum geeft bijvoorbeeld advies om minder dierlijke producten te eten op basis van wetenschappelijk bewijs dat dit gezonder en duurzamer is. Heel mooi, maar het heeft weinig effect. Er wordt jaarlijks gemiddeld 38 kilo vlees per persoon gegeten, dat is 12 kilo meer dan de 26 kilo die het Voedingscentrum adviseert (500 gram vlees per week).

Gemiddeld geven we maar 10 euro per huishouden per jaar uit aan vleesvervangers, terwijl dat voor vlees gemiddeld 640 euro is. Daar valt dus nog veel te winnen.

— “In een rijkere buurt vind je dus meer bomen, biowinkels en laadpalen voor elektrische auto’s.”

Hoe dat komt? We worden sterk beïnvloed door onze omgeving en als deze geen gezonde of duurzame keuzes stimuleert, dan maken we die zelf ook niet. Daar helpt een inhoudelijke overheidscampagne niet bij.

De-schaduwzijde-van-duurzaamheid-3-peter-bond
Bovenaanzicht van schappen in de Amerikaanse Fred Meyer superstore — photo: Peter Bond

Uit veel onderzoek blijkt dat een obesogene omgeving een van de belangrijkste oorzaken van overgewicht is. Armere wijken zijn vaker obesogeen, omdat daar minder gezonde voorzieningen zijn. De omgeving is minder groen en snackbars overheersen het dagelijkse voedselaanbod.

Ook hier is het verschil in arm en rijk weer duidelijk aanwezig. In een rijkere buurt vind je dus meer bomen, biowinkels en laadpalen voor elektrische auto’s. Vanuit de gemeenten is het duurzaamheidsbeleid ook nog eens te weinig toegespitst op alle lagen van de bevolking, waardoor het verschil in de wijken blijft bestaan. 

De meeste projecten zijn gericht op de ‘usual suspects’, dat willen zeggen: hoogopgeleide mensen die meer tijd en geld hebben om zich hiermee bezig te houden. De subsidietrajecten zitten vol ingewikkelde taal, waardoor een subsidie aanvragen niet zo toegankelijk is als het lijkt. Hierdoor verandert er weinig aan de situatie.

Radicale duurzaamheid 
De oplossing voor dit probleem is volgens Jhagroe dat duurzaamheid (en gezondheid) veel meer een publieke zaak moet zijn. Op die manier wordt niet alleen de verantwoordelijkheid gelegd bij de burger, maar ook bij de overheid en het bedrijfsleven. Dit zal een veel groter positief effect hebben op een groenere en gezondere leefomgeving. Hij noemt hierin drie belangrijke facetten.

Allereerst heeft de overheid een zorgplicht naar haar burgers en moet daarom gezonde, bewuste keuzes toegankelijk maken. Niet op een betweterige manier zoals nu bijvoorbeeld met de wetenschappelijke campagnes van het Voedingscentrum, maar aansluitend op de persoonlijke situatie van alle burgers, en met name kwetsbare mensen die weinig kennis over gezondheid en duurzaamheid hebben.

Ook moeten wij, als bewuste consumenten, zelf meer radicale keuzes durven maken. De huidige ‘eco-elite’ kan hierin een soort avant-garde zijn. Waarom een elektrische auto kopen als je ook vaker met de trein kunt gaan? Waarom nóg een duur biologisch product op de markt zetten als je duurzaamheid ook interessant kan maken voor mensen met een lager inkomen?

Ten derde kan activisme vanuit deze elite ook helpen. Voorbeelden hiervan zijn de ‘Klimaatzaak tegen de Staat’ van organisatie Urgenda en de zaak Milieudefensie versus Shell. In beide zaken wordt het huidige ‘systeem’ verantwoordelijk gehouden voor hun invloed op het klimaat. Ook hierdoor wordt duurzaamheid steeds meer een publieke zaak, wat belangrijk is om echt grote veranderingen te bewerkstelligen.

— “Ik wil ontdekken hoe we samen duurzaamheid minder elitair kunnen maken.”

Inclusiviteit door bewustwording
Gelukkig is er steeds meer erkenning van dit probleem bij de overheid, al gaat dit nog met kleine stappen. Er ontstaan lokale projecten die gericht zijn op alle bevolkingsgroepen. Een mooi voorbeeld is De Voedseltuin in Rotterdam. Met behulp van vrijwilligers kweken zij biologische groenten en fruit om de pakketten van de Voedselbank in Rotterdam mee aan te vullen. Tegelijkertijd zijn zij een werkgelegenheidsproject voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en maken zij een braakliggend terrein weer groen en vruchtbaar.

Door zulke initiatieven zijn de positieve resultaten steeds meer beschikbaar voor iedereen, zoals een groene omgeving, gezonder voedsel en een schonere lucht.

Maar we moeten het ook zelf doen. De eerste stap daarbij is bewustwording van onze eigen groene privileges en het voorkomen van groepsvorming als we een initiatief opzetten.

Ik zal zeker boodschappen blijven doen bij de biowinkel (slaafvrije chocolade helpt toch ook een beetje?), maar ik realiseer me dat dit niet de oplossing is voor het hele probleem. Mijn duurzame en gezonde keuzes zijn nog lang niet voor iedereen toegankelijk.

Wat ik daar aan kan doen? Dat weet ik nu nog niet precies. Daarvoor ga ik op onderzoek uit: ik wil ontdekken hoe we samen duurzaamheid minder elitair kunnen maken.

Susan_DullinkSusan Dullink is freelancer, maker van de Dingen Duiden podcast en schrijft daarnaast op susandullink.nl over leefstijl, duurzaamheid en persoonlijke ontwikkeling. Ze is onderdeel van de Food100 2017 en geeft regelmatig lezingen over deze onderwerpen. Volg Susan op Twitter op @susandullink.

// SFYN nodigt bloggers uit om hun mening te delen op onze website. Dit artikel is de persoonlijke mening van de schrijver. Wil je reageren? Dat kan onder de Facebook post die bij deze blog hoort!

// beeld: Chase Lewis, Sylvie Tittel, Jon Tyson, Peter Bond en Susan Dullink