Filter op
Terug naar overzicht

Duurzaamheid voor Dummies #3: Going vegan

Ik ben Saskia, 25 jaar oud en ik roep echt al een hele tijd dat ik beter wil gaan eten. Maar ik doe het niet. Terwijl ik me er bewust van ben dat het anders moet en anders kán. In het kader van verbeter de wereld, begin bij jezelf, ga ik tot aan december op zoek naar wat ‘duurzaam eten’ nu eigenlijk betekent…

Veganistisch, of plantaardig eten is door menig fervent aanhanger uitgeroepen als dé manier om op een duurzamere manier te eten. Eet veganistisch, en de ondergang van de aarde wordt uitgesteld. Tenminste, zo wordt beweerd. Minder dierlijke producten eten vermindert de uitstoot van broeikasgassen, wat dus helpt bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Maar betekent het dan automatisch dat als je als consument veganistisch eet je de beste keuze maakt voor het milieu?

De vlees- en zuivelindustrie is een van de grootste vervuilers ter wereld, en de wereldwijde consumptie van vlees en zuivel blijft maar stijgen. In 2050 eten we maar liefst 40% meer vlees dan in 2010, en in opkomende landen zelfs 70% meer [1]. In Nederland leek het er de afgelopen paar jaar op dat onze vleesconsumptie zou dalen, maar helaas is dat het afgelopen jaar weer iets gestegen. En dat is niet alleen slecht voor het milieu, maar ook voor onze gezondheid. We eten bijna 50% meer vlees dan het Voedingscentrum ons aanraadt.

Eet alle kaas!
Vlees eten is bij mij iets waar ik al een lange tijd mee aan het minderen ben. Waar ik vroeger bijna elke dag vlees at, zowel ’s avonds als ’s middags op brood, is het nu nog maar één à twee keer in de week, en dan vooral buiten de deur. Maar compleet veganistisch eten? Dat stond me nogal tegen. Mijn dag starten met een beetje yoghurt of eitjes in het weekend hoort er toch een beetje bij, en in bijna alles wat ik klaarmaak vind je kaas terug. Het weekend voordat ik begon aan de vegan challenge heb ik mezelf dan ook echt volgestouwd met alle kaas die ik nog in de koelkast had liggen. Tosti’s en ovenschotels met twee soorten kaas eroverheen, komt u maar door!

Van te voren had ik me best druk gemaakt over deze uitdaging want ik had echt geen idee waar allemaal dierlijke producten in zaten, en wat ik dan nog wel kon maken (zelfs in lolly’s zit bijvoorbeeld melkzuur). Gelukkig staat het internet vol met vegan bloggers die maar al te graag hun lekkere recepten delen, en had ik zo een lijstje bij elkaar geschraapt van uit te proberen gerechten. Met wat extra leeswerk in de supermarkt (man, man, man je moet wel echt elke verpakking lezen) lukt het ook nog best om een last-minute bij elkaar geraapt maaltje in elkaar te flansen. In de normale supermarkt zijn echt genoeg plantaardige opties te vinden voor yoghurt, kookroom en zelfs slagroom (!). Alleen mijn geliefde Lidl liet me hier nogal in de steek, want die heeft belabberd weinig plantaardige opties.

De momenten waar ik wel echt moeite mee had (en misschien ook een klein beetje in heb gefaald) waren die keren dat ik iets lekkers aangeboden kreeg. Een collegaatje dat trakteert op brownies, hapjes tijdens het cateringwerk die anders weggegooid worden (dus: toch nog goed bezig geweest, want: geen verspilling!)… Ik voelde me wel een beetje zielig toen ik voor een werkborrel met collegaatjes ging eten bij de Griek, waar iedereen zich heerlijk te goed deed aan broodjes kebab, frietjes met saté en lekkere ladingen mayonaise. Ik zat middenin mijn vegan challenge en was toegewezen op een frietje met helemaal niks erbij, en een pita broodje vegetarisch zonder kaas – wat dus neerkwam op een pitabroodje met sla erop. Waarbij er natuurlijk nog steeds twee grote dilemma’s spelen; de frituurolie is hoogstwaarschijnlijk niet vegan, net zoals het pitabroodje. Maar in dit geval vond ik een goede bodem ook belangrijk (want: alcohol). Oh ja, en wist je dat wijn ook niet altijd veganistisch is?! Er worden blijkbaar soms dierlijke producten zoals ei of varkensvet gebruikt in de productie van wijn. Hier kwam ik ook pas later achter, en dat is misschien nog 1 of 2 keer (ahum) een foutje geweest.

De dag na deze borrel was uitermate geschikt om eens te bekijken hoe het zit met het thuis bezorgen van vegan eten, en dat vond ik een beetje tegenvallen. Het komt veel neer op salades en daar heb je op zo’n dag nul zin in. Gelukkig had Gys een heerlijke vegan kapsalon die voldeed als anti-kater eten.

Say what!?
Wat me echter het meeste op viel tijdens deze challenge, waren de heftige reacties van anderen. Ik kan er niet echt de vinger op leggen, maar op de een of andere manier vindt iedereen de andere challenges helemaal prima, leuk en interessant, maar zo gauw de veganistische uitdaging naar boven komt is dat ineens uit den boze. Dan krijg ik naar m’n kop geslingerd dat ik hopelijk toch niet zo’n vervelend vegan insta-meisje ga worden. Zelfs vrienden die vegetarisch eten vonden veganistisch eten overdreven, want de melkkoeien in Nederland worden toch beter behandeld dan de vleeskoeien (dat valt vies tegen trouwens [2])?

Het boek ‘Dieren Eten’ van Jonathan Safran Foer heb ik met tranen in mijn ogen uitgelezen. Als ik dit aan anderen wilden laten lezen kreeg ik vaak de reactie “Ik wil het niet lezen, want dan wil ik het niet meer eten.” Maar ik besef me juist steeds meer dat ik niet meer wil wegkijken. De keuzes die ik in de supermarkt maak hebben een groter effect dan ik eerst wilde toegeven. Waarom kijken we dan met z’n allen toch nog weg? Vinden we onze behoefte aan een lekker stukje vlees of kaas echt belangrijker dan het leed wat zo’n arm beestje doormaakt of de uitstoot die dit veroorzaakt?

Plek voor iedereen
Achteraf gezien vond ik veganistisch eten een hele leuke uitdaging. Ik werd echt gedwongen creatiever te koken en nieuwe dingen uit te proberen. Met wat extra planning en tijd en goede recepten is het dan ook prima te doen. Alleen als je ’s ochtends vroeg voor werk snel naar de Appie moet voor een last minute ontbijtje en alle verpakkingen moet lezen wordt het wat lastiger. Maar ik neem aan dat je daar snel een routine in ontwikkeld. Maar of ik na deze challenge nu ineens een overtuigd veganist ben? Nee, ik zie nog wel een plekje op deze aardbol voor (bio) kipjes en koetjes. Maar een heel stuk minder, daar ga ik wel voor.

Op naar de laatste challenge!
In november ga ik iets tackelen waar ik om heel eerlijk te zijn absoluut geen zin in heb: plastic vrij-boodschappen doen. Echt alles wat ik koop en dagelijks gebruik zit verpakt in plastic, soms wel driedubbel. Ik heb ook een mega hekel aan afval wegbrengen en er staan meestal zo’n drie grote tassen plastic in de schuur voordat ik de moed opbreng om deze weg te brengen. Maar, wat je niet verzamelt, kun je ook niet wegbrengen! Dus op naar het plasticvrije leven!

[1] Lees meer over de impact van vlees in dit artikel van de Correspondent. 

[2] Een half miljoen Nederlandse melkkoeien komt nooit buiten. Melk en zuivelproducten met een weidemelk logo komen minimaal 120 dagen per jaar zes uur per dag buiten. Met een biologisch keurmerk komen ze gemiddeld 200 dagen zestien uur per dag buiten.

 

// tekst: Saskia Geerts
// beeld: Daniela Rojas Morales

// SFYN nodigt bloggers uit om hun mening te delen op onze website. Dit artikel is de persoonlijke mening van de schrijver. Wil je reageren? Dat kan onder de Facebook post die bij deze blog hoort!