Filter op
Terug naar overzicht

Een reactie op: ‘WFTP– lessen voor de Nederlandse visserij’

Naar aanleiding van het vorige week verschenen stuk ‘We Feed The Planet – Lessen voor de Nederlandse visserij?’ schreef Sarah Verroen een reactie: over de Nederlandse visserij, de noodzaak van nuance als het over voedsel gaat en hoe onze vissers het internationaal gezien eigenlijk heel goed doen.

Donderdag begon mijn vrije dag zoals gebruikelijk met een boterham met appelstroop, een uitgebreide Duplosessie met mijn dochter en toen zij in bed lag voor een dutje opende ik met een kopje koffie in mijn hand Twitter en viel daar keihard over het stuk ‘We feed the planet – lessen voor de Nederlandse visserij’. Het geplaatste stuk leek een negatief geschetst en ongenuanceerd internationaal doemscenario één op één gelijk te trekken met de Nederlandse situatie, in de aanloop naar het Food Film Festival op 31 oktober a.s. waar ook vissers aanwezig zouden zijn. Als ik een visser was geweest was ik op dat moment echter tot het besluit gekomen om niet te gaan, want op een gebrek aan nuance volgt voor hen doorgaans een uitgebreide sessie onterechte zelfverdediging, iets waar je niet op zit te wachten op je spaarzame vrije zaterdag.

Ik ben geen visser, maar de visserijsector is wel een belangrijke partner in mijn werk als project- en procesbegeleider. Geraakt, teleurgesteld en emotioneel reageerde ik op het stuk, waarna al snel zowel telefonisch als via social media de discussie losbarstte. Wat bleek? Het stuk was geredigeerd en in het aanpassen was een groot deel van de nuance verdwenen. Gelukkig is het oorspronkelijke stuk snel online gezet en inderdaad, in het oorspronkelijke stuk, dat op 23 oktober geplaatst is, spreekt al een stuk meer inzicht in de verschillen tussen de Nederlandse context en het scenario dat geschetst is tijdens We Feed the Planet. Over dit scenario kan je ook nog een boom opzetten, maar daarvoor verwijs ik onder andere graag naar o.a. CFOOD (Science of Fisheries Sustainability)

Nuance. Het is zo belangrijk in discussies over voedsel. En waarom eigenlijk? Waarom raakte het eerste stuk ook mij persoonlijk en voelde ik me bijna aangevallen? Voedsel en principes zijn vaak nauw met elkaar verbonden, zo schrijven religies bepaalde eetgewoonten voor, vermijden vegetariërs dikwijls vlees vanuit een bepaald principe of geloof en zijn gerechten en eetgewoonten sterk gekoppeld aan culturele identiteit, denk maar aan onze voorliefde voor rauwe haring met uitjes, waar de gemiddelde niet-Nederlander van huivert.

Persoonlijke principes en meningen liggen dus in veel gevallen ten grondslag aan consumentengedrag, maar voedselproducenten zijn zeker ook emotioneel en persoonlijk verbonden met het werk dat zij doen. Sterker nog, kan je wel spreken van werk bij een boer of een visser? Dit zijn mensen wiens leven, zowel persoonlijk als gezinsleven, in het teken staat van het produceren of vangen van voedsel voor anderen. Een visser is dikwijls vijf dagen per week op zee, weg van huis en haard en hoewel de visser op zijn tijd familie en vrienden mist zou hij of zij vaak niks liever willen dan visserman of –vrouw zijn.

De Nederlandse visserijsector loopt op veel vlakken ver voor ten opzichte van internationale visserijen. De onderzoekssamenwerking op de Noordzee is erg efficiënt waardoor we veel data hebben van belangrijke commerciële bestanden. Een stuk van de Europese Commissie bevestigt dit beeld:

“The number of fish stocks within safe biological limits in the northeast Atlantic and adjacent waters is now at its highest level since the early 1980s, rising slowly from 12 (29%) in 2003 to 24 (59%) in 2013. The percentage of overfished stocks in those regions dropped from 94% in 2005 to 39% this year. And whereas there were only two stocks fished at the Maximum Sustainable Yield (MSY) rate in 2005, there are 25 such stocks today.” (EC Online Magazine Maritime Affairs and Fisheries, August 2013)

Dit zijn cijfers uit 2013. In 2015 rapporteert ICES dat het Noordzeescholbestand een recordhoogte van 901.700 ton heeft bereikt. Er zwom nog nooit zoveel schol in de Noordzee. Griet en tarbot blijven stabiel en ook de tong en kabeljauwstand nemen toe. Als voornaamste reden wordt succesvol visserijmanagement genoemd. Natuurlijk zijn er verbeterpunten, maar consequent beheer en samenwerking met de sector is de sleutel tot succes en dat blijkt uit de cijfers.

Hoe grootschalig of kleinschalige een bepaalde visserij is, is (verassend genoeg voor de meesten) niet zo relevant voor de duurzaamheid van de visserij. Je kunt met een ogenschijnlijk enorm schip heel duurzaam vissen en met een hengel een heel bestand naar de mallemoeren helpen. Je ziet in Nederland een diversiteit aan visserijmethodes, maar het meest bepalend is en blijft het vakmanschap en de mentaliteit van degene die in de brug staat.

Naast goed visstand beheer is de Nederlandse sector koploper op het gebied van innovatie. Het Masterplan Duurzame Visserij is een mooi voorbeeld van een innovatief schip, maar de gehele sector heeft enorme sprongen gemaakt; van het verminderen van bodemberoerende visserij tot selectiviteitsverhoging en brandstofbesparing – van garnaal tot griet hebben de bedrijven de afgelopen jaren enorm hard gewerkt aan innovatie en verduurzaming en daar kunnen andere landen nog wat van leren.

Hoewel ik het grotendeels eens ben met het stuk wat op 23 oktober geplaatst is zou ik alleen nog willen pleiten voor een andere titel. Wat mij betreft gaat het hierbij niet om “Lessen voor de Nederlandse visserij?” maar om “Lessen van de Nederlandse visserij?”. Het lijkt mij een mooi uitgangspunt voor het Food Filmfestival in Scheveningen op 31 oktober a.s., dus kom vooral en leer van elkaar!

Tekst // Sarah Verroen, Fish & Farm & young food professional
Programma //blokkenschema.
Bestellen // Tickets
Foto // Maartje Meesterberends