Filter op
Terug naar overzicht

Op zoek naar een alternatief voor het doden van eendagshaantjes

Omdat de broertjes van legkippen geen eieren leggen, worden ze in de legpluimveesector op hun eerste levensdag gedood. Hier zetten sommige mensen vraagtekens bij. Er zijn ook andere oplossingen voor deze ‘eendagshaantjes’, maar elk alternatief heeft zijn eigen voor- en nadelen. Deelnemers aan de SFYN Academie vroegen consumenten naar welke alternatief hun voorkeur heeft.

Ongeveer de helft is haan
In de legkippensector wordt er voor iedere legkip ook een haantje geboren. Omdat deze haantjes geen eieren leggen, worden er in Nederland jaarlijks zo’n 39 miljoen leghaantjes gedood door middel van CO2-vergassing. Deze eendagshaantjes worden uiteindelijk gebruikt als voer voor dieren in dierentuinen en in ander dierenvoer.

Dit systeem is heel efficiënt. Maar maatschappelijk worden er steeds meer vraagtekens gezet bij het doden van de kuikentjes. Er zijn ook andere oplossingen voor deze ‘eendagshaantjes’. Broederijen van legkippen willen deze opties onderzoeken en graag open in gesprek met de maatschappij over dit vraagstuk.

Alternatieven
Op dit moment worden er technieken ontwikkeld waarbij al in het ei het geslacht van de kippen bepaald kan worden (in Ovo) en de haantjes niet uitgebroed hoeven te worden. Daarnaast kunnen we ook de haantjes laten opgroeien voor consumptie (mannenvlees). Of we kunnen besluiten om helemaal geen eieren meer te eten. Maar alle alternatieven kosten natuurlijk tijd, investeringen en draagvlak.

Daarom hebben een vakgroep uit de pluimveesector (een groep van legbroederijen en pakstations) en Food Heroes* de handen ineen geslagen voor een samenwerking met het Slow Food Youth Network (SFYN). Vijf deelnemers van de SFYN Academie werden uitgedaagd om de alternatieven te onderzoeken en het debat hierover aan te gaan met consumenten. Hiervoor creëerden de academie-deelnemers een informatieve animatie video en hielden ze een enquête onder 500 consumenten.

Resultaten
De resultaten van de opiniepeiling Als het aan de respondenten ligt, moeten we stoppen met het vergassen van haantjes vanwege dierenwelzijn. Het meest gekozen alternatief (43% van de respondenten) is ‘seksen in het ei’. Daarmee zie je al in het ei of het een haantje is. Alleen de hennetjes worden dan nog uitgebroed.  Daarnaast 32% van de respondenten geeft de voorkeur aan ‘mannenvlees’: de eieren van hanen worden dan wél uitgebroed. Deze haantjes laat je vervolgens opgroeien voor consumptie.

Veel respondenten geven aan dat er niet één oplossing is, maar dat bijvoorbeeld deze twee bovenstaande alternatieven naast elkaar nodig zijn. Ook veel voorstanders van plantaardig eten zijn het hier mee eens. Voor mensen die de stap naar stoppen met eieren eten te groot vinden, is volgens hen, het seksen van het ei de beste tussenoplossing.

Advies case-groep
Vanuit deze uitkomsten adviseert SFYN om rond het vraagstuk van de eendagshaantjes niet in te zetten op één optie. Het is goed om ruimte te houden voor alle alternatieven. Naast het seksen in het ei zou je als pluimveesector ook moeten experimenteren met het kleinschalig grootbrengen van haantjes, én kijken wat plantaardige alternatieven eigenlijk voor een impact kunnen hebben op je markt. Op deze manier laat de sector zien dat er geïnnoveerd wordt op het gebied van efficiëntie, maar dat er ook ruimte is voor innovaties die aansluiten bij andere groepen consumenten.

Bovenal adviseren de deelnemers van de SFYN Academie dat sector en consumenten de dialoog blijven voeren over het vraagstuk van de eendagshaantjes. Er is bij veel mensen nog zoveel onbekend, dat een bewuste keuze nu vaak nog erg lastig is. Daarbij kan ook de opinie van verschillende religies aangaande de alternatieven worden meegenomen. Juist wanneer sector en consumenten hierover met elkaar in gesprek gaan, ontstaat begrip en inzicht voor de verschillende verhalen achter het ei. Op deze manier zijn mensen beter in staat het ei te kiezen dat bij hen past.

De pluimveesector zou op dit gebied een leidersrol kunnen vervullen in Nederland door samenwerkingsverbanden, onderzoek en experimenten met universiteiten, ondernemers en grassroots bewegingen op te starten.

// Tekst: Slow Food Youth Network Nederland
// Beeld: Erol Ahmed via Unsplash