Filter op
Terug naar overzicht

Een vega en een kippenboer – #2 één ei is geen ei

‘We hebben het goed,’ zegt Bart. Vergeleken met sommige andere sectoren hebben pluimveehouders het ook goed. Het ondernemerschap en de sterke communicatie die de pluimveehouderij kenmerken, zorgen dat de sector zich staande houdt in een woelige wereldmarkt. Het klinkt positief, maar toch kijkt Bart fronsend naar zijn Ipad, draait Maartje op haar stoel en tuur ik met een hoofd vol vragen uit het raam. Hoe goed gaat het eigenlijk? ‘Kom’, zegt Maartje dan, ‘We praten verder in de stal.’

Op het bedrijf van Bart en Maartje staan twee scharrelstallen waar 78.000 kipjes wonen, 39.000 per stal. Voor Nederlandse begrippen is dat bovengemiddeld:  een Nederlandse leghennenbedrijf  -en we hebben er meer dan 1000- heeft gemiddeld 35.000 leghennen*(1). Ik kan me er net als veel anderen geen voorstelling van maken; 35.000 of 78.000 kippen op één bedrijf. ‘Ach’, zegt Bart droog, ‘Hier worden we onder de loep genomen, maar vergeleken met veel buitenlandse bedrijven zijn we knuffelboeren.’*(2)

Knuffelboeren en kannibalen
Wanneer we de speciaal gebouwde zichtruimte binnen komen, stuiven de kippen verschrikt alle kanten op. Even later komen ze nieuwsgierig spiedend en klokkend weer dichtbij. Bart en Maartje kopen hun witte leghennen in bij broederij- en opfokbedrijven, waar eieren worden uitgebroed en kuikens worden groot gebracht. Hier worden ook de snavels van de kippen getoucheerd, een veelbesproken behandeling waarbij het scherpe puntje van de snavel wordt verwijderd. ‘Ik heb meegemaakt hoe het traject is veranderd,’ vertelt Bart. ‘Het gebeurt nu preciezer, met een lasertje, maar het blijft een behandeling. Er valt van alles over te zeggen, maar als je het niet doet, kun je problemen krijgen: een kip bepaalt de hele dag de rangorde. Dat kan overgaan in agressie en kannibalisme en dus in dierenleed en uitval. Dat heeft de biologische sector veel leergeld gekost. Kijk, zie je dat?’ Hij knielt en wijst. Iets verderop staan kippen enthousiast te pikken. Als ze iets uiteenwijken zie ik waarin: een dode kip. ‘Zie je,’ zegt Bart, ‘Kannibalen. Daar moet ik zo meteen achteraan.’

Wanneer de jonge kannibalen 17 weken oud zijn, worden ze in kratten naar de boerderij van Bart en Maartje verhuisd. Hier krijgen ze de tijd vanuit hun krat op het volièresysteem te klimmen, dat midden in de stal staat: een groot metalen en mechanisch uitziend gevaarte, net zo lang als de stal zelf, waar de kippen op en rondom leven. Omdat de jonge hennen zijn opgegroeid in hetzelfde systeem als hun latere stal in gebruik heeft -een belangrijke factor bij je keuze voor een leverancier- weten ze snel hun weg te vinden.

vollieresysteem

Het volièresysteem zoals in de stal van Bart en Maartje: de Bolegg Terrace van Vencomatic

Leven in de scharrelstal
In het volièresysteem van Bart en Maartje zijn op verschillende hoogtes water, voer en zitstokken aanwezig*(3). Bart wijst naar de rode drinknippel en de rode flappen, die het nest in het midden van het systeem afschermen. ‘Kippen reageren op rood, ‘ zegt hij, ‘Zo kunnen ze goed hun water en nest vinden.’ Wanneer de hennen 20 weken oud zijn, beginnen ze eieren te leggen van 43 gram: de zogenaamde henneneitjes. Na enige tijd leggen kippen grotere eieren, geschikt voor de reguliere verkoop, en wordt er elke dag een ei gelegd. Vanuit het nest worden de eieren via een lopende band naar de opslagruimte vervoerd. Daarnaast heeft het systeem lopende banden om de mest af te voeren. Deze mest wordt op de boerderij zelf gedroogd, waardoor Bart en Maartje minder kilo’s mest, minder geur-  en ammoniakuitstoot en daarom minder overlast voor de buurt hebben*(4).

Iets verderop in de stal zie ik twee paar laarzen dichterbij komen: de jongste van Bart en Maartje loopt stralend en zwaaiend achter de stalmedewerker aan. Met een lange grijper verzamelen de twee de eieren die niet in het legnest maar op de grond zijn gelegd. ‘Misschien ligt er nu iets teveel strooisel,’ zegt Bart nadenkend. ‘Het is niet de bedoeling dat de kippen nesten gaan maken op de grond. Maar je wilt wel dat ze lekker krabben en stofbaden nemen. Ik leg ook luzernebalen*(5) in de stal: voor afleiding en om ze in de gaten te houden. Als ze daar op af vliegen, dan weet ik dat ze iets te kort komen. Je kunt heel veel aflezen aan je kippen. Is de kam wit of juist te rood uitgeslagen? Dan werkt de lever niet goed. Is het borstbeen zacht? Dan neemt de kip niet genoeg calcium op. Dat proberen we bij te sturen met het voer en extra vitaminen en mineralen. Niet met antibiotica, nee, dat gebruiken we niet. Wanneer de kippen gezond zijn is dat ook niet nodig. ’

Wanneer een witte kip gezond oud wordt, leeft ze 100 weken . Tot ongeveer 75 weken legt ze eieren die geschikt zijn als tafelei, daarna wordt de kwaliteit van de schaal slechter en gaan de eieren naar de verwerkingsindustrie. En de kip? Die wordt uiteindelijk verkocht aan de handelaar en geslacht in een slachterij voor legpluimvee in België. ‘Er zijn vast ook bedrijven die hun kippen naar Polen laten vervoeren,  maar dan duurt het transport zo lang. Dat willen wij niet,’ zegt Maartje. Een legkip heeft weinig vlees ter beschikking voor de filets en drumsticks die we hier graag eten, en wordt daarom vaak als hele kip verwerkt. Deze zogeheten soepkippen worden vervolgens geëxporteerd naar markten waar het vlees wel populair is, zoals de Afrikaanse markt.

Morgen
Niet alleen de Nederlandse legkippen eindigen in het buitenland: 50 tot 60 procent van de Nederlandse eieren wordt geëxporteerd, met name naar Duitsland. En dat is problematisch, want niet alleen produceert Duitsland steeds meer eieren voor de eigen markt, ook worden de eisen in het buurland snel strenger. Zo mogen de eieren van kippen met behandelde snavels vanaf 2017 niet meer in Duitsland worden verkocht. Maartje en ik turen de stal in, naar de 39.000 scharrelende en stofbadende kippen. Bart leunt tegen de muur. ‘We staan achter hoe we onze kippen houden,’ zegt hij plotseling. ‘We zijn trots. We willen niet veranderen omdat het slecht is zo. Maar ik zie hier persoonlijk niet de toekomst in, in bulk. Als ik morgen opnieuw kon beginnen, zou ik het anders doen: een hele grote uitloop, meer licht, ruimte, speelgoed. Als ik morgen mijn boterham kon verdienen met tien kippen, zou ik het doen. Ik heb zó veel ideeën. Als het maar niet steeds terug kwam op het verdienmodel.’

Hoe verander je een systeem? Bart en Maartje hebben het goed, maar willen beter. Daar zijn ze continu mee bezig. ‘Bart heeft inderdaad zoveel ideeën,’ zegt Maartje trots. Bart lacht. ‘Soms denkt ze vast: daar komt hij weer!’ Maar toch pakt hij de Ipad er weer bij. Tijd voor ideeën.

 

*(1) Dit cijfer is afkomstig van Rabobank Cijfers en Trends, hier vind je de betreffende pagina. In totaal zijn er 35,6 miljoen leghennen in Nederland – dat is iets meer dan 2 legkippen per persoon. Dit betreft alleen de leghennen vanaf 17/18 weken, zoals gehouden op de boerderij van Bart en Maartje. Wanneer je de kuikens en jonge hennen tot 18 weken hierbij optelt, kom je op een totaal van 47,7 miljoen leghennen. Wanneer je álle kippen, dus ook vleeskippen meerekent, kom je op een aantal van meer dan 100 miljoen kippen in Nederland (kijk hier voor de precieze cijfers van het CBS).  

*(2) Dat maakt des te moeilijker dat Nederlandse boeren, met de strengere regelgeving, moeten concurreren met buitenlandse bedrijven zoals Avangardco, een legbatterijbedrijf met 23,2 miljoen legkippen verdeeld over 19 dochterbedrijven, waarvan de eieren sinds kort in Nederland geïmporteerd worden. Goedkope eitjes die Nederlandse boeren sinds het legbatterijverbod niet meer kunnen produceren, uit  stallen die we hier niet mogen en willen hebben  – maar die wel gebruikt worden door de voedingsmiddelenindustrie voor producten die ook in de Nederlandse supermarkt worden verkocht.  

*(3) Wil je het systeem in levende lijve zien? Op de website van Bart en Maartje staat een filmpje met uitleg.

*(4) Daarbij is er voor gedroogde kippenmest een goede markt in het buitenland: terwijl varkenshouders en rundveehouders betalen om hun mest kwijt te kunnen, levert de kippenmest van het bedrijf van Bart en Maartje geld op.

*(5) Luzerne is een gewas dat gebruikt wordt als diervoeder, maar ook als verbeteraar van de bodem in de landbouw: door luzerne te planten wordt er meer stikstof gebonden in de bodem, wat goed is voor de bodemgezondheid.

// Tekst: Marieke Creemers
// YFM nodigt bloggers uit om hun mening te delen op onze website. Dit artikel is de persoonlijke mening van de schrijver. Wil je reageren? Dat kan onder de Facebook post die bij deze blog hoort!