Filter op
Terug naar overzicht

Een vega en een varkensboer – #2 de zorg

Daar zit je dan, met je duurzame idealen, aan de keukentafel van een gangbare varkensboer. Vastberaden alles behalve naïef te zijn, belandde ik enige tijd terug op het vermeerderingsbedrijf van Thijs. Hij vertelde me hoe de varkenshouderij te kampen heeft met hoge kosten en lage prijzen – een cyclus waarbij 80 uur werken per week je geld kost in plaats van oplevert. Toch zetten ze door, de varkenshouders. Waarom? Daarvoor moeten we de stal in.

Vlak voor de deur houden we stil. ‘Ik heb niet de illusie dat je dit allemaal geweldig gaat vinden,’ zegt Thijs. ‘Maar ik heb alles precies gelaten zoals het er altijd uitziet. Het eerlijke verhaal, daar gaat het me om. Durf je dat aan?’ Dat durf ik. En durft Thijs erop te vertrouwen dat ik geen sprintje trek met zoveel biggen als ik dragen kan? Jep, dat durft hij ook. Dus daar gaan we.

Daar word je gewoon gelukkig van.
Net zomin als Thijs een blauwe overal met rode halsdoek draagt, voldoet de stal aan de boerderijplaatjes die we kennen. Voor me ligt een lange gang: aan weerzijden zijn deuren naar de verschillende afdelingen. Thijs opent de eerste deur. Een korte gang dit keer, verlicht door TL en met een raam aan het einde, met hokken waarin de zeugen liggen die net zijn bevallen of nog aan het bevallen zijn. Thijs buigt zich over een hok en geeft me een biggetje aan van nog geen week oud. Grote boerenhanden, kleine big. In tegenstelling tot wat je zou denken ruikt het niet vies in de stal: luchtwassers zorgen ervoor dat de lucht in de stal en de lucht die de stal verlaat wordt gereinigd van geur en schadelijke stoffen. De big die ik vasthoud ruikt naar warm dier en melk. Lekker.

Ondertussen loopt Thijs heen en weer tussen de kraamhokken. In elk hok ligt een zeug met 10 tot 15 biggetjes. Hier wordt een gedroogde navelstreng afgeknipt, daar wordt een biggetje bij de speen gelegd. ‘Kijk’, zegt Thijs, ‘Varkens houden is natuurlijk niet alleen maar biggen knuffelen, maar wanneer je er één vasthoudt word je je ervan bewust dat een varken een levend en geweldig dier is. Geen ding: een díér. Je moet niet alleen protocollen afwerken, maar goed observeren en aan leren voelen of ze goed in hun vel zitten. Daarom nemen we vaak de tijd rustig te kijken, mijn vrouw en ik. En te genieten: een gezonde toom biggen, daar word je gewoon gelukkig van.’

Leven in een stal.
Het leven van een varken in een stal als die van Thijs verloopt strak georganiseerd en gecontroleerd. Het begint op de afdeling waar de zeugen in ligboxen staan, met twee gecastreerde mannetjesvarkens (beertjes), om te worden geïnsemineerd. Na een zwangerschap van drie maanden, drie weken en drie dagen worden de zeugen in kraamhokken geplaatst van ongeveer vier vierkante meter. Biggen tot één, twee, drie en vier weken oud en hun moeders worden op aparte afdelingen gehouden, waar elke zeug voer krijgt dat op de levensfase van de biggen is afgestemd. De biggetjes drinken moedermelk. In het kraamhok staat de zeug vast tussen stalen beugels om verdrukking van de biggen te voorkomen (*1), op met rubber beklede roosters waar de mest doorheen valt. Bij de schotten tussen de hokken is een kleine instap uitgespaard: een zelf bedachte innovatie, waardoor er via een speciaal geplaatst rooster koude lucht bij de neus van de zeug komt. Zeugen hebben het graag fris, biggen hebben veel warmte nodig: daarom is er vóór de zeug ruimte gemaakt waar de biggen onder een warmtelamp kunnen liggen, op een dichte vloer en onder een plexiglas afdakje dat de warmte vasthoudt.

Na vier weken worden de biggen weggehaald bij de moederzeug (gespeend), die weer naar de inseminatie-afdeling gaat. Na vier tot zes dagen is de zeug opnieuw vruchtbaar (berig) en kan ze weer worden geïnsemineerd. De biggen gaan op hun beurt naar de kleuterclub, een aparte stal, waar ze blijven tot ze een gewicht van 25 kilo hebben bereikt. Vervolgens worden ze naar een nabije vleesvarkensstal gebracht om daar verder afgemest te worden tot een gewicht van ongeveer 90 kilo: tijd voor de slacht. Karbonades voor Nederland, varkenspootjes voor China.

Vragen, vragen, vragen.
De stal is hygiënisch en efficiënt. Thijs en zijn vrouw geven om hun biggen en varkens. Tegelijkertijd brengen deze dieren hun korte leven tot de slacht zonder daglicht, modder, stro en zonder veel bewegingsruimte door in een kunstmatig systeem, als schakeltje in het grote systeem waarin intensivering het enige antwoord lijkt. Een kapot systeem dat niet klopt. En verdomd, wat zou het makkelijk oordelen zijn als Thijs een vileine, op geld beluste man was, die met een dikke sigaar bulderlachend door zijn varkens banjert – maar dat klopt net zomin. Couperen of niet couperen?(*2) Meer bewegingruimte en kwaliteit van leven, of stilstaan zodat meer biggen opgroeien? Hoe zet je, kortom, stappen wanneer je onderdeel bent van het systeem? Wensen genoeg, maar het geld dat Thijs met zijn vrouw gespaard heeft voor de nieuwe, ruimere en dagverlichte stal wordt momenteel gebruikt om het bedrijf overeind te houden tijdens de crisis. En die nieuwe stal, die een mooie stap is voor Thijs en zijn gezin, is voor mij maar een klein stapje richting het voedselsysteem dat ik nastreef: eerlijk en houdbaar qua dierenwelzijn en impact, qua voedselverdeling én qua lonen voor degenen die dat voedsel verzorgen. Maar hoe verander je een systeem dat zichzelf alleen maar lijkt te versterken? Thijs ziet het niet zo somber in allemaal. ‘Ach’, zegt hij, ‘Die stal komt er sowieso wel. Het belangrijkste is nu het eerlijke verhaal te vertellen. Anders wórdt het voor je verteld.’

En zo stap ik op de trein terug, een varkensglossy onder mijn arm en een verhaal in mijn hoofd – veel langer en ingewikkelder nog dan hier staat opgeschreven. Dit wordt een stuk in drie delen, bedenk ik me. Minstens. Maar voordat ik alles op papier heb en ook maar in de buurt ben gekomen van antwoorden, blijkt het verhaal zijn eigen leven te gaan leiden. Waren we allebei tóch nog naïef.

// Thijs is een gefingeerde naam.
// Tekst: Marieke Creemers
// YFM nodigt bloggers uit om hun mening te delen op onze website. Dit artikel is de persoonlijke mening van de schrijver. Wil je reageren? Dat kan onder de Facebook post die bij deze blog hoort!

*1 Wel of geen kraamhok: ingewikkeld. Zo is de kans op doodliggen in de biologische veehouderij groter, onder andere omdat de varkens in deze sector grotere worpen en meer bewegingsvrijheid hebben. Maar: zo is het ook makkelijk om in een debat verwikkeld te raken waarbij óf natuurlijk gedrag, óf levende biggen de uitkomst zijn (in plaats van te kijken naar systeemoorzaken en – oplossingen). Er wordt druk gezocht naar verbeteringen om dit te overbruggen: lees ‘Einde aan de kraambox’)

*2 Zoals Thijs aangeeft: iedere varkenshouder ziet graag een mooie staart, maar in het huidige stalsysteem en daarbij komende stress voor de dieren levert dit veel problemen op (staartbijten). Dat betekent dat niet alleen naar oplossingen voor het bijten moet worden gezocht, maar ook naar andere stalsystemen. De LTO en de NVV werken hieraan: Lees Stapsgewijs naar stoppen met couperen van varkensstaarten)