Filter op
Terug naar overzicht

Wat moeten we doen met ‘eendagshaantjes’ ?

Tijdens de SFYN Academie gingen deelnemers Bob, Arjanne, Sebastiaan, Ariane en Renée in gesprek met pluimveehouders. Want hoewel de legkippen-sector in Nederland succesvol en zeer efficiënt werkt, speelt er een maatschappelijke vraag: Wat moeten we doen met de miljoenen leghaantjes die worden geboren? Daarover verschillen de meningen. Lees het artikel, doe mee aan de enquête en laat jouw stem horen.

Het ei is een wonderlijk product dat in ontelbare vormen terug is te vinden in de producten die wij dagelijks eten. Door hun veelzijdigheid is het voor koks een feest om met eieren te werken. Per jaar eet een Nederlander gemiddeld zo’n 200 eieren. Dit varieert in het eten van een gekookt eitje bij het ontbijt tot cake en taart, mayonaise en allerlei producten waarin eieren als bindmiddel worden gebruik. Eieren staan bekend als een gezond product met allerlei vitaminen en mineralen zoals vitamine B, D , E, fosfor en ijzer.

Nederland kent tegenwoordig een grote en zeer efficiënte eierindustrie, waardoor het ook een belangrijk exportproduct, met name naar Duitsland, is geworden. Al geruime tijd is er echter een groeiende discussie in de maatschappij en pluimveesector die steeds luider wordt. Eieren worden gelegd door hennen, maar wat gebeurt er eigenlijk met de (leg)hanen die geen eieren leggen?

Eendagshaantjes
Wat is het lot van de broertjes in de eiersector? Dat is een vraag waar de meeste mensen niet direct over nadenken. De eierketen is zo breed en efficiënt geworden. We hebben als burger niet meer door dat er voor elke leghen ook een haantje wordt geboren. De ‘leghaan’ is daardoor een bijproduct geworden binnen de keten van de super efficiënte pluimveehouderij in Nederland. En elke schakel binnen deze keten waaraan gesleuteld wordt, levert vertraging op binnen het productieproces en leidt zo tot geldverlies. Dit betekend dat verandering moeizaam op gang komt.

Jaarlijks worden er 90 miljoen legkippen geboren in Nederland. Deze kippen zijn van een ras dat optimaal eieren legt en kleiner is dan de vleeskip. De helft van deze legkippen (45 miljoen) wordt vanzelfsprekend als mannetje geboren en hebben nauwelijks een functie in onze voedselcultuur. Er zijn een aantal redenen waarom we de haantjes niet opeten.

Ten eerste zijn de kosten van de haantjes relatief hoog omdat haantjes langzamer groeien en meer spieren hebben dan hun zusjes en dus ook meer voedsel nodig hebben. Het is dus niet rendabel. Daarnaast zijn wij als consument niet meer gewend aan het taaie hanenvlees, én vereist hanenvlees een langere bereiding. Ook komt er minder vlees van het karkas in vergelijking met de vleeskip.

Als laatst groeit de haan langzamer en heeft het houden van deze leghaantjes een relatief hoge milieubelasting in vergelijking met de vleeskip. Als gevolg van deze factoren worden alle haantjes op de eerste dag na geboorte vergast; vandaar de naam ‘eendagshaantjes’. Belangrijk om te vermelden is dat de haantjes niet levend door de shredder gaan, zoals soms beweerd wordt, maar vlak na geboorte worden gescheiden van hun zusjes en worden vergast met koolstofdioxide.

Van de 45 miljoen eendagshaantjes wordt een klein deel weggegooid vanwege onvoldoende kwaliteit, maar 93-95% wordt gebruikt als dierenvoeding voor dierentuinen en huisdieren. Hiervan wordt het overgrote deel, 85% geëxporteerd  naar het buitenland, voornamelijk naar België en Duitsland. De overige eendagskuikens vinden een afzetmarkt in Nederland.  Eendagskuikens zijn, met een prijs van rond de €0,70-1,00 per kg, goedkoper én eiwitrijker vergeleken met alternatieve dierensnacks zoals ratten of muizen.

Ethisch probleem!?
Het doden van eendagskuikens heeft in de afgelopen jaren ethische weerstand in de maatschappij opgeroepen. Wakker Dier heeft hier aandacht aan besteed en de universiteit van Wageningen heeft onderzoek gedaan naar de opinie van Nederlandse burgers. Opvallend genoeg kwam daar vooral uit dat de helft van de Nederlandse bevolking niet weet dat de broertjes van de leghennen op dag één worden vergast. Door de maatschappelijke druk is er ook binnen de pluimveesector sinds een aantal jaar een gesprek gaande over het zoeken naar alternatieven.

‘Seksen in het ei’
Een van die alternatieven waarop de hoop is gevestigd, is ‘seksen in het ei’. Door middel van een scan van het eitje is het mogelijk om voor de geboorte al te zien of het een haantje of hennetje is. Hierdoor zouden de haantjes voor de geboorte vernietigd kunnen worden. Er zijn meerdere partijen bezig met de uitwerking van de techniek en op dit moment is al mogelijk om tussen 4 en 8 dagen een goede scan te maken. In het ei kijken lijkt daarmee op een goede oplossing. Maar ook deze optie heeft zo zijn voor- en nadelen:

 Voordelen:

  • Haantjes worden al gedood vóór ze het leven zien. Dat is een pluspunt voor dierenwelzijn.
  • De haantjes hoef je niet uit te broeden. Dit scheelt kosten voor broeden, voer en vergassen.

Nadelen:

  • Het geslacht moet zo snel mogelijk bepaalt worden (4 dagen). Bij 8-9 dagen is het al een embryo en weten we zeker dat het dan zonder pijn overlijdt?
  • Deze optie zou alsnog voor ethisch bezwaren kunnen zorgen, omdat het vergelijkbaar zou zijn met abortus.
  • De techniek is nog jong, en er is weinig zicht op de ontwikkeling van alternatieven in bijvoorbeeld het buitenland.
  • De vraag is ook of je met deze optie niet het probleem verlegt? Dierentuinen en andere afzetmarkten zullen duurdere en minder voedzame producten dan de eendagshaantjes moeten zoeken. Het extra opfokken van muizen kan ook ethische problemen veroorzaken.

 Naast seksen in het ei zijn er nog meer alternatieven voor ‘Eendagshaantjes’, zoals het opfokken van deze kuikens. Of moeten we als samenleving een überhaupt een stuk minder eieren consumeren en aan de veganistische vervangers gaan?

Wat vind jij een goede oplossing? Doe mee aan onze enquete en geef jouw mening in 3 minuten.

Wij zijn Bob, Arjanne, Sebastiaan en Renée (onderdeel van SFYN Academie 2018) en wij willen graag het gesprek aangaan over ‘Eendagshaantjes’. In samenwerking met verschillende pluimveehouders (Het Anker bv, Kwetters, Ter Heerdt en Gebr. Van Beek Group) willen we met consumenten in contact komen. Zo willen we een beter beeld krijgen van hoe we in Nederland graag met leghaantjes om willen gaan.

// Tekst: Bob Schuitema
// Beeld: Pixabay